ECLI:NL:CRVB:2012:BX1735
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- W.F. Claessens
- E.C.R. Schut
- Rechtspraak.nl
Toekenning bijzondere bijstand garantietoeslag en afwijzing ziektekostenpremie
Appellante ontving bijzondere bijstand als alleenstaande ouder, maar na het bereiken van de meerderjarigheid van haar jongste zoon werd haar bijstand herzien naar de norm voor een alleenstaande. Het college kende een garantietoeslag toe over de periode tot 4 februari 2008, maar wijzigde de beleidslijn met een maximale duur van één jaar voor deze toeslag. Appellante diende ruim een half jaar na deze wijziging een aanvraag in, waarop het college de gewijzigde gedragslijn toepaste en de aanvraag voor garantietoeslag voor latere periodes afwees.
De Raad oordeelt dat het college de gedragslijn consistent heeft toegepast en dat appellante geen recht kon ontlenen aan een voortzetting van de toeslag na de beleidswijziging. Ten aanzien van de ziektekostenpremie maakte appellante aanspraak op bijzondere bijstand vanaf 1 januari 2006, maar eerdere aanvragen waren afgewezen en onherroepelijk geworden. De Raad maakt onderscheid tussen drie periodes: een periode met eerdere besluitvorming, een periode zonder besluit maar vóór aanvraag, en de periode vanaf aanvraag tot besluit.
De Raad vernietigt het besluit van 2 juni 2009 voor zover het de ziektekostenpremie betreft, omdat het college ten onrechte de gehele aanvraag afwees op grond van artikel 4:6 Awb Pro. Er waren geen nieuwe feiten die een herziening rechtvaardigden. Ook is vastgesteld dat de kosten van de ziektekostenpremie van de meerderjarige zoon niet onder de bijzondere bijstand van appellante vallen. De rechtsgevolgen van het vernietigde deel blijven echter in stand. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit over de ziektekostenpremie vernietigd, terwijl de garantietoeslag conform gewijzigde gedragslijn is toegekend.