ECLI:NL:CRVB:2018:877
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen bijstand met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet, eerst als gehuwde, later als alleenstaande na vertrek van haar ex-partner. Haar eerste aanvraag werd buiten behandeling gesteld vanwege het niet tijdig aanleveren van gegevens. Een tweede aanvraag leidde tot bijstand vanaf de datum van die aanvraag, maar niet met terugwerkende kracht vanaf het vertrek van haar ex-partner.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat er bijzondere omstandigheden waren die bijstand met terugwerkende kracht rechtvaardigden, omdat haar financiële situatie onoverzichtelijk was en zij meerdere aanvragen had ingediend.
De Raad overwoog dat volgens vaste rechtspraak bijstand in beginsel niet met terugwerkende kracht wordt verleend, tenzij bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen. De omstandigheden van appellante voldeden hier niet aan: meerdere aanvragen en het bekend zijn van financiële gegevens zijn geen bijzondere omstandigheden. Ook het doorlopen van financiële lasten zonder uitkering was onvoldoende reden.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De bijstand wordt toegekend vanaf 20 augustus 2015, zonder terugwerkende kracht naar 8 juli 2015 vanwege het ontbreken van bijzondere omstandigheden.