ECLI:NL:CRVB:2018:91
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing heropening WAO-uitkering wegens geen toename arbeidsongeschiktheid
Appellant ontving sinds 2002 een WAO-uitkering die per 1 februari 2007 werd beëindigd door het UWV. Na een herbeoordeling in 2008 werd vastgesteld dat appellant geen recht meer had op de uitkering. In 2013 meldde appellant toegenomen klachten en vroeg hij opnieuw om een arbeidsongeschiktheidsuitkering, welke het UWV in 2014 afwees omdat er geen sprake was van toename van arbeidsongeschiktheid door dezelfde ziekteoorzaak binnen vijf jaar na intrekking van de uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond, stellende dat de toegenomen beperkingen tussen 2007 en 2012 voortkwamen uit een andere ziekteoorzaak dan waarvoor de WAO-uitkering was toegekend. Appellant stelde in hoger beroep dat de klachten voortvloeien uit dezelfde oorzaak, namelijk PTSS, en dat er sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat er geen sprake is van toename van arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar die voortkomt uit dezelfde oorzaak. De toename van psychische problematiek na 2012 kan niet leiden tot heropening van de uitkering. De latere diagnose PTSS vormt geen nieuw feit dat aanleiding geeft tot herziening van het besluit. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de heropening van de WAO-uitkering bevestigd.