ECLI:NL:CRVB:2018:916
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.M.G. Hink
- A. Stehouwer
- M. Schoneveld
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op bijstand voor slachtoffer mensenhandel zonder geldige verblijfsvergunning
Appellante, een Nigeriaanse vrouw die aangifte deed van mensenhandel, ontving bijstand op grond van de Participatiewet zolang zij een verblijfsvergunning had. Na intrekking van haar verblijfsvergunning wegens beëindiging van het strafrechtelijk onderzoek, werd haar bijstand ingetrokken door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam.
Appellante stelde in hoger beroep dat zij op grond van EU-richtlijnen 2004/81/EG en 2011/36/EU recht had op bijstand zolang het strafrechtelijk onderzoek naar mensenhandel zou voortduren, ook al was dat onderzoek overgedragen aan Spaanse autoriteiten. De Raad oordeelde dat deze richtlijnen geen zelfstandig recht op bijstand verschaffen zonder geldige verblijfsvergunning en dat het recht op voorzieningen gekoppeld is aan rechtmatig verblijf.
De Raad verwierp het beroep van appellante en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Tevens werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. De Raad zag geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de bijstand bevestigd.