ECLI:NL:CRVB:2018:929
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziekengelduitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellant was werkzaam als badmeester en meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde na een medisch onderzoek door een verzekeringsarts vast dat appellant per 2 november 2015 geschikt was voor zijn functie en beëindigde daarop de ziekengelduitkering. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat het onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat zijn psychische klachten toenamen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de medische stukken na de datum in geding geen invloed hadden op de beoordeling. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt en verzocht om een onafhankelijke deskundige.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek door de verzekeringsarts en de arts bezwaar en beroep zorgvuldig en gemotiveerd was. De psychische klachten waren niet zodanig dat appellant zijn werk als badmeester niet kon verrichten op de datum in geding. De medische gegevens na die datum betroffen een verslechtering door een later ongeval en waren niet relevant voor de beoordeling.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor het benoemen van een deskundige of het toewijzen van proceskosten.
Uitkomst: De Ziekengelduitkering is terecht beëindigd omdat appellant geschikt is voor de functie van badmeester op de datum in geding.