ECLI:NL:CRVB:2018:945
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering en terugvordering OV-schuld wegens uitschrijving
Appellante kreeg voor 2015 studiefinanciering toegekend, maar werd per 15 juli 2015 uitgeschreven bij de onderwijsinstelling. De minister herzag daarop de studiefinanciering over augustus en september 2015, vorderde terug en legde een OV-schuld op omdat appellante het studentenreisproduct pas op 29 september 2015 stopzette.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond, omdat zij niet aannemelijk maakte tijdig de inschrijving en studiefinanciering te hebben stopgezet, ondanks psychische problemen. Appellante stelde in hoger beroep dat de minister de hardheidsclausule had moeten toepassen vanwege haar psychische toestand.
De Raad oordeelt dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat haar psychische problemen haar verhinderden tijdig haar rechten te beëindigen. Zij had overleg kunnen voeren met de onderwijsinstelling, die uiteindelijk de uitschrijving per 15 juli 2015 bevestigde. De minister was bevoegd de studiefinanciering te herzien en terug te vorderen en de OV-schuld op te leggen. Er zijn geen bijzondere omstandigheden voor toepassing van de hardheidsclausule.
Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam bevestigd. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de herziening van studiefinanciering en terugvordering OV-schuld bevestigd.