ECLI:NL:CRVB:2018:951
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende informatie woon- en leefsituatie
Appellante vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet en gaf aan alleenwonend te zijn, terwijl zij gehuwd was en door haar echtgenoot was verlaten. Het college voerde een onderzoek uit naar haar woon- en leefsituatie, waarbij onaangekondigde huisbezoeken werden gedaan en zij niet thuis werd aangetroffen. Tevens reageerde appellante niet op uitnodigingen voor gesprekken.
Het college wees de aanvraag af wegens het niet voldoen aan de inlichtingen- en medewerkingsverplichting, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Appellante stelde dat zij wel informatie had verstrekt, maar de Raad oordeelde dat de onduidelijkheid over haar situatie terecht tot afwijzing leidde.
Bij een tweede aanvraag werd een storting van 750 euro op haar bankrekening als middel aangemerkt en in mindering gebracht op de bijstand. Appellante stelde dat dit een lening van familie was, maar zij maakte dit niet aannemelijk volgens de criteria van de Raad.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het verzoek tot schadevergoeding af. Er was geen grond voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand is terecht afgewezen wegens onvoldoende informatie en niet-naleving van de medewerkingsplicht; de lening van 750 euro is niet aannemelijk gemaakt als middel.