ECLI:NL:CRVB:2013:BY9138
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens niet gemelde betalingen van vader
Appellante ontvangt bijstand sinds september 2006. In de periode tot november 2008 ontving zij regelmatig bedragen van haar vader, variërend van kleine tot grotere bedragen, die zij niet aan het bestuur heeft gemeld. Het bestuur stelde bij besluit van januari 2009 de bijstand deels herzien en deels ingetrokken en vorderde terugbetaling van ten onrechte ontvangen bijstand.
Appellante voerde aan dat de betalingen leningen waren en dus geen inkomsten, en betwistte de hoogte van de terugvordering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de betalingen als inkomen gelden omdat appellante vrij over de bedragen kon beschikken. Hierdoor is de inlichtingenplicht geschonden.
Echter, voor de maanden januari, februari en april 2007 kan het bestuur het recht op bijstand vaststellen op basis van reeds bekende bankafschriften, zodat intrekking over deze maanden onterecht was. De Raad vernietigt het besluit voor deze maanden en bepaalt herziening van de bijstand met terugvordering van de juiste bedragen.
Voor andere maanden waar betalingen de norm overschreden, is het bestuur bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen. De Raad draagt het bestuur op een nieuw besluit te nemen over de terugvordering en veroordeelt het bestuur in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van bijstand over enkele maanden wordt vernietigd en de bijstand wordt herzien met terugvordering van juiste bedragen.