ECLI:NL:CRVB:2018:988
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor gehoorapparaat wegens ontbreken zeer dringende redenen
Appellant, een bijstandsgerechtigde op grond van de Participatiewet, vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van twee gehoorapparaten. De totale kosten bedroegen €2.629,90, waarvan een deel werd vergoed via de basis- en aanvullende zorgverzekering. Het college wees de aanvraag af omdat de Zorgverzekeringswet een voorliggende voorziening is en er geen zeer dringende redenen waren zoals bedoeld in artikel 16 van Pro de Participatiewet.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep. Appellant stelde dat hij in een acute noodsituatie verkeerde en blijvend ernstig psychisch en lichamelijk letsel zou oplopen zonder nieuwe gehoorapparaten. Ter onderbouwing werden medische en arbeidskundige rapporten overgelegd.
De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij zich in een situatie van levensbedreiging of blijvend ernstig letsel bevond. De medische stukken toonden wel noodzaak van gehoorapparaten voor functioneren, maar niet de vereiste acute noodsituatie. Het hoger beroep faalde en de afwijzing van bijzondere bijstand werd bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor de kosten van gehoorapparaten wordt bevestigd wegens ontbreken van zeer dringende redenen.