ECLI:NL:CRVB:2018:992
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring bezwaar tegen weigering Wajong-uitkering wegens geschiktheid functies
Appellant vroeg op grond van de Wajong 2010 een uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd omdat hij meer dan 75% van het maatmaninkomen kon verdienen. De rechtbank vernietigde een eerdere beslissing wegens een motiveringsgebrek en beval hernieuwde beoordeling. Het UWV legde een nieuw arbeidsdeskundig rapport voor waarin werd aangetoond dat de geduide functies voldoen aan de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het hernieuwde besluit ongegrond en wees een schadevergoeding af. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de functies ongeschikt zijn, met name vanwege vereiste begeleiding en samenwerking, maar de Raad oordeelde dat het UWV met het nieuwe rapport voldoende aannemelijk had gemaakt dat de functies geschikt zijn.
De Raad bevestigde dat het aspect van een vast aanspreekpunt adequaat is ingevuld en dat de samenwerking binnen de functies niet in strijd is met de beperkingen in de FML. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en een vergoeding van proceskosten werd afgewezen.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de weigering van de Wajong-uitkering is terecht ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding is afgewezen.