ECLI:NL:CRVB:2019:1002

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
12 maart 2019
Publicatiedatum
26 maart 2019
Zaaknummer
17/8210 PW-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 53a Participatiewet
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand wegens onvoldoende gegevens ter draagkrachtbeoordeling

In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep behandeld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam waarin de aanvraag van appellant om bijzondere bijstand werd afgewezen. De afwijzing was gebaseerd op het feit dat appellant niet alle gevraagde gegevens had overgelegd die nodig zijn voor een juiste beoordeling van de draagkracht.

Het college van burgemeester en wethouders van Lansingerland had de aanvraag afgewezen omdat er onder andere geen leesbare afschriften van betaal- en spaarrekeningen over de periode van 20 februari 2015 tot en met 20 mei 2015 waren ingediend, evenals een bewijs van algemene heffingskorting voor de minst verdienende partner en een beschikking huur- en zorgtoeslag. Deze gegevens zijn essentieel voor het vaststellen van het recht op bijzondere bijstand.

Hoewel appellant in hoger beroep wel overzichten van bij- en afschrijvingen van de spaarrekeningen heeft overgelegd, ontbreken nog steeds het bewijs van algemene heffingskorting en de toeslagbeschikking. Daarnaast kon appellant het opnamepatroon van €4.000,- contant in bijna drie maanden niet met controleerbare stukken onderbouwen. De enkele stelling dat dit bedrag was gebruikt voor het terugbetalen van leningen werd niet als voldoende bewijs geaccepteerd.

De Centrale Raad van Beroep heeft daarom het hoger beroep ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand wordt afgewezen vanwege het ontbreken van essentiële gegevens voor de draagkrachtbeoordeling.

Uitspraak

17.8210 PW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 15 november 2017, 17/1493 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Lansingerland (college)
Datum uitspraak: 12 maart 2019
Zitting heeft: J.N.A. Bootsma als lid van de enkelvoudige kamer.
Griffier: E. Stumpel.
Ter zitting is namens appellant verschenen mr. R.G.A.M. van den Heuvel, advocaat.
Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. H.J. Kooistra.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Dit betekent dat de aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van rechtsbijstand terecht is afgewezen.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
De aanvraag is afgewezen, omdat appellante niet alle voor het beoordelen van de draagkracht gevraagde gegevens had overgelegd.
Zoals blijkt uit het besluit op bezwaar van 18 januari 2017 ontbraken toen nog (leesbare) afschriften van betaal- en spaarrekeningen over de periode van 20 februari 2015 tot en met 20 mei 2015, een bewijs van algemene heffingskorting minst verdienende partner en een beschikking huur- en zorgtoeslag. Dit zijn voor het beoordelen van de draagkracht relevante gegevens. Bovendien bepaalt het college op grond van artikel 53a van de Participatiewet welke gegevens moeten worden verstrekt.
Uit de in beroep overgelegde leesbare afschriften van de betaalrekeningen bleken in deze periode contante opnames tot € 4.000,-.
Omdat afschriften van de spaarrekeningen nog ontbraken, heeft de rechtbank alleen al om die reden het beroep ongegrond verklaard.
In hoger beroep heeft appellante overzichten van de bij- en afschrijvingen van de spaarrekeningen overgelegd. Toch kan de draagkracht en daarmee het recht op bijzondere bijstand nog steeds niet worden vastgesteld.
Een bewijs van algemene heffingskorting minst verdienende partner en een beschikking huur- en zorgtoeslag ontbreken nog altijd. Voor het opnamepatroon van € 4.000,- in bijna drie maanden, dat niet past bij iemand die claimt bijstand nodig te hebben, heeft appellante geen met objectief controleerbare stukken onderbouwde verklaring gegeven. De enkele stelling van appellante dat zij de € 4.000,- heeft besteed aan het terugbetalen van leningen is niet controleerbaar.
Het hoger beroep slaagt niet.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) E. Stumpel (getekend) J.N.A. Bootsma

IJ