ECLI:NL:CRVB:2019:1002
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand wegens onvoldoende gegevens ter draagkrachtbeoordeling
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep behandeld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam waarin de aanvraag van appellant om bijzondere bijstand werd afgewezen. De afwijzing was gebaseerd op het feit dat appellant niet alle gevraagde gegevens had overgelegd die nodig zijn voor een juiste beoordeling van de draagkracht.
Het college van burgemeester en wethouders van Lansingerland had de aanvraag afgewezen omdat er onder andere geen leesbare afschriften van betaal- en spaarrekeningen over de periode van 20 februari 2015 tot en met 20 mei 2015 waren ingediend, evenals een bewijs van algemene heffingskorting voor de minst verdienende partner en een beschikking huur- en zorgtoeslag. Deze gegevens zijn essentieel voor het vaststellen van het recht op bijzondere bijstand.
Hoewel appellant in hoger beroep wel overzichten van bij- en afschrijvingen van de spaarrekeningen heeft overgelegd, ontbreken nog steeds het bewijs van algemene heffingskorting en de toeslagbeschikking. Daarnaast kon appellant het opnamepatroon van €4.000,- contant in bijna drie maanden niet met controleerbare stukken onderbouwen. De enkele stelling dat dit bedrag was gebruikt voor het terugbetalen van leningen werd niet als voldoende bewijs geaccepteerd.
De Centrale Raad van Beroep heeft daarom het hoger beroep ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand wordt afgewezen vanwege het ontbreken van essentiële gegevens voor de draagkrachtbeoordeling.