ECLI:NL:CRVB:2019:1007
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van intrekking WIA-uitkering ondanks vitamine B12-deficiëntie en fibromyalgie
Appellante werkte als huishoudelijke hulp en viel uit wegens psychische klachten. Het UWV stelde haar arbeidsongeschiktheid vast op 100%, later gewijzigd naar minder dan 35%, waardoor haar WIA-uitkering werd beëindigd. Appellante maakte bezwaar, dat werd afgewezen. De rechtbank vernietigde het besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
In hoger beroep betwist appellante dat haar beperkingen volledig zijn erkend, met name vanwege vitamine B12-deficiëntie en fibromyalgie. De Raad oordeelt dat de rechtbank terecht geen extra deskundige benoemde voor deze fysieke klachten, omdat deze pas later waren gemeld en de bestaande functionele mogelijkhedenlijst (FML) voldoende rekening houdt met haar beperkingen.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Tevens kent de Raad appellante een schadevergoeding van €500 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn, en veroordeelt de Staat tot betaling van proceskosten van €512.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV wordt bevestigd, met toekenning van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.