ECLI:NL:CRVB:2019:102
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstand en terugvordering toeslag alleenstaande ouder
Appellante ontving sinds oktober 2013 bijstand met een toeslag van 20% voor alleenstaande ouders. Na een controle in 2015 bleek dat de inkomsten van haar inwonende dochter hoger waren dan de norm, waardoor appellante recht had op een toeslag van 10% in plaats van 20%. Het college herzag daarop de bijstand en vorderde een deel terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar in hoger beroep oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat appellante niet redelijkerwijs had kunnen begrijpen dat de toeslag onjuist was toegekend. Het college had de fout gemaakt en appellante correct geïnformeerd, maar niet over de criteria voor de toeslag.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en herroept het besluit tot herziening en terugvordering, waardoor appellante recht houdt op de toeslag van 20% over de betreffende periode. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van de bijstand en terugvordering wordt vernietigd en appellante behoudt de toeslag van 20%.