ECLI:NL:CRVB:2019:1034
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als shopmanager, meldde zich ziek vanwege zwangerschapsgerelateerde klachten en vroeg op 10 november 2015 een WIA-uitkering aan. Het UWV weigerde deze uitkering per 18 december 2015 omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Zowel een verzekeringsarts als een arbeidsdeskundige concludeerden dat haar beperkingen gering waren.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het medisch dossier voldoende was en dat de geselecteerde functies passend waren. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek ondeugdelijk was, dat haar fibromyalgie onvoldoende werd meegewogen en dat de functies haar belastbaarheid overschreden.
De Raad onderschreef de rechtbank en stelde dat het dossier voldoende medische gegevens bevatte, dat aanvullend onderzoek niet noodzakelijk was, en dat de beperkingen passend waren bij de geselecteerde functies. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.