ECLI:NL:CRVB:2019:104
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beoordeling medewerking Sociale Verzekeringsbank aan beslag op AOW-uitkering
Verzoeker ontvangt een AOW-uitkering waarop de gemeente Amsterdam beslag heeft gelegd. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) heeft op grond hiervan een bedrag ingehouden op de uitkering. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze inhouding en verzocht om schadevergoeding, maar deze bezwaren werden door de Svb ongegrond verklaard of niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van ingediende gronden.
Verzoeker stelde beroep in bij de rechtbank, die oordeelde dat de Svb gehouden is medewerking te verlenen aan het beslag zonder de geldigheid of omvang daarvan te beoordelen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de verzoeken om schadevergoeding af. Verzoeker ging in hoger beroep tegen dit oordeel.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaste rechtspraak dat bezwaren tegen het beslag aan de burgerlijke rechter moeten worden voorgelegd en dat de Svb slechts moet toetsen of zij binnen het kader van het beslag is gebleven. Verzoeker heeft geen concrete aanwijzingen gegeven dat de Svb buiten dit kader is getreden. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt geweigerd.