Uitspraak
17.8211 WW
17 november 2017, 16/8166 (aangevallen uitspraak)
J.C. Geldof. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door R.L. de Cocq van Delwijnen-Reedijk en mr. I. Plaisier.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig werknemer van de gemeente Rotterdam, kreeg een WW-uitkering toegekend met de verplichting tot sollicitatie en re-integratieactiviteiten. Diverse malen werd melding gemaakt van verwijtbaar gedrag, waaronder het te laat verschijnen bij bijeenkomsten, onvoldoende sollicitatieactiviteiten en het niet invullen van een portfolio.
Het UWV legde meerdere sancties op, oplopend tot een tijdelijke gehele weigering van de uitkering. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar deze werden door het UWV en de rechtbank ongegrond verklaard.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij zijn verplichtingen redelijkerwijs was nagekomen en dat hij niet op de hoogte was van alle verplichtingen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant op meerdere wijzen was gewezen op zijn verplichtingen en dat hij herhaaldelijk tekort was geschoten zonder geldige reden.
De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de tijdelijke gehele weigering van de WW-uitkering wegens herhaald niet-naleven van re-integratieverplichtingen.