ECLI:NL:CRVB:2019:1079
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M. Schoneveld
- W.F. Claessens
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens onduidelijk bezit onroerend goed in buitenland
Appellante ontving vanaf 2003 bijstand, laatstelijk op grond van de Participatiewet. Naar aanleiding van een anonieme tip startte de gemeente een onderzoek naar haar bezit van onroerend goed in Turkije, waarbij via het Bureau Attaché Sociale Zaken in Ankara werd vastgesteld dat zij meerdere onroerende zaken bezat. Het college beëindigde de bijstand per 1 november 2014 en vorderde de kosten terug over de periode daarvoor.
Appellante diende daarna twee nieuwe aanvragen in, die beide werden afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over haar vermogenspositie. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond. Appellante stelde dat het onderzoek in Turkije een onaanvaardbare inbreuk op haar privacy vormde en dat het bewijs onrechtmatig was verkregen.
De Raad oordeelde dat het onderzoek een beperkte en aanvaardbare inbreuk op het recht op privacy betrof en dat het bewijs rechtmatig was verkregen volgens Nederlands recht. Verder was appellante niet in staat voldoende gegevens te overleggen om haar vermogen vast te stellen, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraken en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens onvoldoende bewijs van recht op bijstand.