ECLI:NL:CRVB:2019:108
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping besluit arbeidsongeschiktheid en vaststelling 100% WIA-uitkering per 15 januari 2014
Appellant was door het UWV op 20 december 2013 aangemerkt als voor 72,17% arbeidsongeschikt met ingang van 15 januari 2014, waarop een loongerelateerde WGA-uitkering werd toegekend. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat bij besluit van 10 juni 2014 werd afgewezen. De rechtbank oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en verklaarde het bezwaar gegrond, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
In hoger beroep stelde appellant dat hij meer beperkt was dan door het UWV aangenomen, en overhandigde een rapport van een verzekerings- en bedrijfsarts. De Centrale Raad van Beroep benoemde een onafhankelijke deskundige die concludeerde dat appellant vanwege ernstige clusterhoofdpijn en bijbehorende suïcidaliteit geen duurzaam benutbare arbeidsmogelijkheden heeft en derhalve 100% arbeidsongeschikt is.
De Raad oordeelde dat het deskundigenrapport zorgvuldig, inzichtelijk en consistent was en dat het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep onvoldoende gemotiveerd was om het te weerleggen. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit herroepen en vastgesteld dat appellant vanaf 15 januari 2014 volledig arbeidsongeschikt is. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt herroepen en appellant wordt vanaf 15 januari 2014 volledig arbeidsongeschikt verklaard met 100% WIA-uitkering.