ECLI:NL:CRVB:2019:1084
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, laatstelijk werkzaam als customer service professional, kreeg een WIA-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid. Het UWV beëindigde deze uitkering per 19 februari 2016 na een herbeoordeling, omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat het medisch onderzoek zorgvuldig en volledig was uitgevoerd door verzekeringsartsen, en dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) correct de beperkingen van appellant weergaf.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn arbeidsongeschiktheid juist was toegenomen en dat de medische informatie van PsyQ onjuist was beoordeeld. Hij stelde dat hij volledig arbeidsongeschikt was vanwege onvermogen tot persoonlijk en sociaal functioneren en verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige. De Raad volgde dit niet, omdat appellant geen nieuwe medische informatie aanleverde die aanleiding gaf tot twijfel over het medisch oordeel.
De Raad bevestigde ook dat de geselecteerde functies geschikt zijn voor appellant en dat de vermeende overschrijdingen van belastbaarheid in bepaalde functies niet aannemelijk zijn. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep motiveerde dit uitgebreid, waarbij werd benadrukt dat de contactvereisten in de functies niet wezenlijk zijn en productie-eisen binnen de reguliere processen vallen.
Gelet op deze overwegingen werd het hoger beroep verworpen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor benoeming van een medisch deskundige of toekenning van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.