ECLI:NL:CRVB:2019:1119
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Onterecht afgewezen aanvraag bijstand; college moet bijstand verlenen
Appellante vroeg op 20 juni 2016 bijstand aan op grond van de Participatiewet. Het college wees haar aanvraag af omdat zij onvoldoende inzicht gaf in haar financiële situatie voorafgaand aan de aanvraag. Appellante had verklaard dat zij sinds maart 2016 in Nederland verbleef en daarvoor op Curaçao een onderstandsuitkering ontving zonder bankrekening.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de afwijzing ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Raad dat appellante voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij in bijstandsbehoevende omstandigheden verkeerde en dat zij niet meer informatie kon verstrekken over haar financiële situatie. De Raad stelt dat het college ten onrechte de aanvraag heeft afgewezen omdat appellante haar inlichtingenplicht niet heeft geschonden.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat het college aan appellante bijstand verleent vanaf 18 juni 2016. Daarnaast veroordeelt de Raad het college in de proceskosten en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het college moet bijstand verlenen aan appellante vanaf 18 juni 2016 en wordt veroordeeld in de proceskosten.