ECLI:NL:CRVB:2018:3239
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.L. Boxum
- W.F. Claessens
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Herroeping afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende inzicht in levensonderhoud
Appellanten hadden een aanvraag om bijstand ingediend die door het college werd afgewezen wegens onvoldoende inzicht in de wijze waarop appellant in zijn levensonderhoud had voorzien in de periode voorafgaand aan de aanvraag. Het college vond dat appellanten niet aan hun inlichtingenplicht hadden voldaan omdat zij niet alle gevraagde gegevens konden overleggen.
De Raad stelde vast dat appellant in de relevante periode geen vaste woon- of bankadres had en afhankelijk was van opvang bij familie en bekenden, die dit ook schriftelijk en getuigenverklaringen bevestigden. Daarnaast ontving appellant een vrijwilligersvergoeding die hij aan zijn levensonderhoud besteedde. De verklaringen van derden, aangevuld met getuigenverklaringen, boden voldoende inzicht in de wijze van voorziening in levensonderhoud, ook al waren exacte details niet te geven.
De Raad oordeelde dat het college ten onrechte de aanvraag had afgewezen en vernietigde de eerdere uitspraken van de rechtbank. Het college werd verplicht de bijstand met ingang van 25 november 2015 toe te kennen, wettelijke rente over de na te betalen uitkering te vergoeden en de proceskosten te dragen.
Uitkomst: Het college moet de bijstand met ingang van 25 november 2015 verlenen en wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten.