ECLI:NL:CRVB:2019:1149
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of veranderde omstandigheden
Appellant heeft meerdere keren verzocht om een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid, waarbij het UWV telkens heeft vastgesteld dat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt is. Na eerdere afwijzingen en uitspraken van de Raad, diende appellant in 2016 opnieuw een aanvraag in die werd afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden binnen vijf jaar na de oorspronkelijke vaststelling.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en niet-ontvankelijk voor zover het bezwaar niet tijdig was onderbouwd. Appellant stelde in hoger beroep dat hij ziek is en niet kan werken en dat het UWV ten onrechte geen nieuw besluit heeft genomen.
De Raad oordeelt dat op grond van artikel 4:6 van Pro de Awb een herhaalde aanvraag kan worden afgewezen als geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden worden aangevoerd. De medische gegevens van appellant zijn summier en hebben geen betrekking op de relevante periode. Ook is geen sprake van een Amber-beoordeling omdat geen nieuwe feiten zijn aangevoerd die een verslechtering binnen vijf jaar na de oorspronkelijke vaststelling aantonen.
De Raad concludeert dat het UWV terecht het bezwaar ongegrond heeft verklaard en dat het hoger beroep niet slaagt. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.