ECLI:NL:CRVB:2019:1153
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WGA-uitkering na medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant, voormalig personeelsfunctionaris, viel uit wegens lichamelijke en psychische klachten en ontving een WIA-uitkering. Na een auto-ongeval in oktober 2014 meldde hij toegenomen arbeidsongeschiktheid. Het UWV voerde medische en arbeidskundige beoordelingen uit, waarbij werd vastgesteld dat de beperkingen niet objectief konden worden vastgesteld en dat appellant vanaf 1 maart 2015 geschikt was voor zijn eigen functie.
Het UWV besloot daarom de WGA-uitkering per 5 juni 2016 te beëindigen. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep bij de rechtbank, die het UWV-besluit bevestigde. In hoger beroep voerde appellant aan dat het UWV te lang had gewacht met herkeuring en dat de vermindering van beperkingen onbegrijpelijk was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de vertraging in de herkeuring niet leidde tot onzorgvuldigheid en dat de medische en arbeidskundige rapporten zorgvuldig en overtuigend waren. De Raad vond geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot intrekking van de WGA-uitkering per 5 juni 2016 en wijst het verzoek om schadevergoeding af.