ECLI:NL:CRVB:2019:1160
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens ontbreken hoofdverblijf op uitkeringsadres door extreem laag waterverbruik
De Centrale Raad van Beroep behandelde het hoger beroep tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Enschede om de bijstand van appellant met ingang van 3 juni 2015 in te trekken en de kosten van bijstand terug te vorderen. Het college stelde dat appellant niet zijn hoofdverblijf had op het uitkeringsadres, hetgeen een schending van de inlichtingenverplichting opleverde.
De Raad baseerde zich op het extreem lage waterverbruik van slechts 1m³ over een periode van bijna twintig maanden, terwijl het Nibud een gemiddeld verbruik van 46m³ per jaar voor een eenpersoonshuishouden hanteert. Dit lage verbruik rechtvaardigde de veronderstelling dat appellant niet op het adres verbleef. Appellant slaagde er niet in dit te weerleggen met zijn stellingen over zijn leefwijze en het gebruik van water.
Ook het betoog dat de watermeter niet goed functioneerde werd niet onderbouwd met objectieve gegevens en kwam te laat. De Raad concludeerde dat het college terecht de bijstand introk en de terugvordering instelde. De overige aangevoerde gronden werden niet verder behandeld en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens het ontbreken van hoofdverblijf op het uitkeringsadres wordt bevestigd.