ECLI:NL:CRVB:2019:1162
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering en boete wegens niet-woonachtig op BRP-adres
Appellant stond ingeschreven in de basisregistratie personen (BRP) op een bepaald adres en ontving studiefinanciering volgens de norm voor uitwonende studenten. Na een onderzoek door controleurs werd vastgesteld dat appellant in de controleperiode niet daadwerkelijk op het BRP-adres woonde.
De minister herzag daarop de studiefinanciering met terugwerkende kracht en legde een bestuurlijke boete op. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar dit werd door de minister ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond, stellende dat de minister voldoende aannemelijk had gemaakt dat appellant niet woonachtig was op het BRP-adres.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd. Ook stelde hij subsidiair dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden. De Raad oordeelde dat appellant geen nieuwe gronden had aangevoerd en dat de rechtbank de beroepsgronden afdoende had gemotiveerd. De omstandigheden van appellant rechtvaardigden geen toepassing van de hardheidsclausule.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De herziening van de studiefinanciering en de opgelegde bestuurlijke boete worden bevestigd.