ECLI:NL:CRVB:2019:1164
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering en boete wegens niet-wonen op brp-adres
Appellantes stonden ingeschreven op een bepaald adres in de basisregistratie personen (brp) en ontvingen studiefinanciering op basis van de norm voor uitwonende studenten. Na een onderzoek door controleurs concludeerde de minister dat appellantes feitelijk niet op het brp-adres woonden, maar bij hun moeder. Op grond hiervan werd de studiefinanciering herzien naar de norm voor thuiswonende studenten en werd een bedrag teruggevorderd. Tevens werden bestuurlijke boetes opgelegd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellantes ongegrond en oordeelde dat het rapport van de controleurs betrouwbaar was. De minister had geen verplichting tot aanvullend buurtonderzoek of afspraken maken voor huisbezoek. Appellantes woonden pas op het brp-adres toen de woning klaar was, tot die tijd verbleven zij bij hun moeder.
In hoger beroep voerden appellantes aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en het besluit onvoldoende was gemotiveerd. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellantes geen nieuwe gronden hadden aangevoerd en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De terugvordering en boetes blijven gehandhaafd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van studiefinanciering en de opgelegde boetes wegens niet-wonen op het brp-adres.