ECLI:NL:CRVB:2019:1190
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek in hoger beroep
Appellant, laatst werkzaam als horecamedewerker, meldde zich ziek na een verkeersongeval en kreeg ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na een eerstejaars ZW-beoordeling stelde een verzekeringsarts beperkingen vast en selecteerde een arbeidsdeskundige passende functies. Het Uwv besloot dat appellant geen recht meer had op ziekengeld omdat hij meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep terecht concludeerde dat appellant geschikt was voor de geselecteerde functies. De rechtbank zag geen aanleiding voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn gronden en verzocht om een onafhankelijke deskundige vanwege twijfels over de bevindingen van de verzekeringsarts. De Raad concludeerde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, de ingebrachte medische gegevens geen ander oordeel rechtvaardigden en bevestigde dat appellant geschikt is voor de functies. Het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige werd afgewezen wegens gebrek aan twijfel.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat appellant geen recht heeft op ziekengeld vanaf 25 september 2015.