ECLI:NL:CRVB:2019:1197
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging zorgvuldig medisch onderzoek en afwijzing verzoek onafhankelijk deskundige in WIA-uitkeringszaak
Appellant, werkzaam in reiniging/desinfectering, liep in 2003 en 2012 bedrijfsongevallen op met klachten aan beide schouders. Na uitval in 2012 ontstonden ook psychische klachten. Het UWV stelde op basis van een medisch onderzoek per 30 juni 2015 beperkingen vast en concludeerde dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen WIA-uitkering werd toegekend.
Appellant maakte bezwaar en overhandigde medische informatie. Een verzekeringsarts bezwaar en beroep voerde aanvullend onderzoek uit en legde aanvullende beperkingen vast in een FML van 8 maart 2016. Desondanks bleef de arbeidsongeschiktheid onder 35%, waarna het bezwaar ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel en vond het onderzoek zorgvuldig en adequaat gemotiveerd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn lichamelijke en psychische klachten onvoldoende waren meegewogen en dat een urenbeperking had moeten worden vastgesteld. Ook verzocht hij om benoeming van een onafhankelijke deskundige. De Raad oordeelde dat de verzekeringsarts de klachten adequaat had betrokken, ook de psychische klachten, en dat de aanvullende medische stukken geen aanleiding gaven tot herziening. De Raad bevestigde dat de geselecteerde functies passend waren en verwierp het hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het verzoek om een onafhankelijk deskundige af. De medische beoordeling per 7 september 2015 bleef ongewijzigd, ondanks latere toekenning van een loongerelateerde WGA-uitkering wegens verslechtering na die datum. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd; het verzoek om een onafhankelijk deskundige wordt afgewezen.