Uitspraak
16.6730 WIA
15 september 2016, 15/6176 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante was arbeidsongeschikt verklaard en ontving een WGA-loonaanvullingsuitkering. Het UWV stelde na herbeoordeling vast dat haar arbeidsongeschiktheid was gedaald tot onder de 35%, waardoor het recht op de uitkering verviel. De rechtbank vernietigde het besluit wegens een onjuiste medische grondslag omtrent het item frequent buigen, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat de mate van arbeidsongeschiktheid onveranderd bleef.
In hoger beroep betoogde appellante dat zij door fysieke en psychische klachten geen arbeid meer kon verrichten en verwees naar een rapport dat haar arbeidsmogelijkheden ontkende. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de bezwaren onvoldoende nieuw of overtuigend waren om het oordeel te wijzigen.
De Raad bevestigde dat de belastbaarheid op frequent reiken binnen de vastgestelde grenzen bleef en dat de mate van arbeidsongeschiktheid onder de 35% bleef. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het recht op WGA-loonaanvullingsuitkering vervalt per 21 maart 2015.