ECLI:NL:CRVB:2019:1207
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor inrichtingskosten wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante, die een uitkering ontvangt op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering voor jonggehandicapten, heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor inrichtingskosten na verhuizing vanwege oogklachten. Het college wees de aanvraag af omdat verhuis- en inrichtingskosten als incidentele noodzakelijke kosten worden gezien die uit eigen middelen moeten worden betaald, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde. Zij stelde dat er sprake was van bijzondere omstandigheden vanwege medische noodzaak voor verhuizing, ondersteund door verklaringen van haar huisarts. Tevens voerde zij aan dat sparen voor deze kosten niet mogelijk was vanwege schulden.
De Raad oordeelde dat de medische verklaringen geen dringende noodzaak voor een verhuizing op korte termijn aantonen en dat het ontbreken van reserveringsruimte wegens schulden geen bijzondere omstandigheid vormt die bijzondere bijstand rechtvaardigt. De aangevallen uitspraak werd dan ook bevestigd en het hoger beroep afgewezen.
Uitkomst: De aanvraag voor bijzondere bijstand voor inrichtingskosten wordt afgewezen wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.