ECLI:NL:CRVB:2019:1211
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen afwijzing toeslag tweede echtgenote AOW niet-ontvankelijk wegens overschrijding termijn
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) waarin hem werd meegedeeld dat hij geen recht heeft op een toeslag voor zijn tweede echtgenote op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW). Het bezwaar werd door de Svb niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de wettelijke bezwaartermijn.
De rechtbank Amsterdam heeft het beroep van appellant tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond verklaard. Appellant stelde dat hij het besluit te laat had ontvangen, waardoor hij niet tijdig bezwaar kon maken. De Raad heeft dit betoog onderzocht en vastgesteld dat appellant het besluit van 22 februari 2016 had ontvangen en voldoende tijd had om bezwaar in te dienen, maar dit te laat heeft gedaan.
Voorts oordeelde de Raad dat de brief van 4 maart 2016, die in Franse vertaling aan appellant was gezonden, geen nieuw besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vormt, omdat deze alleen herhaalde dat appellant geen recht heeft op toeslag. Er is daardoor geen nieuw rechtsgevolg ontstaan waarop bezwaar kan worden gemaakt.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding om af te wijken van het oordeel dat het bezwaar niet-ontvankelijk is wegens niet tijdig indienen.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn en het beroep is ongegrond verklaard.