ECLI:NL:CRVB:2019:1214
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag militair invaliditeitspensioen wegens ontbreken causaal verband
Appellant, voormalig militair werkzaam bij de Koninklijke Marine, verzocht om toekenning van een militair invaliditeitspensioen wegens diverse gezondheidsklachten. De staatssecretaris van Defensie wees dit verzoek af op basis van medisch onderzoek waarin geen causaal verband werd vastgesteld tussen de klachten en de militaire dienst.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn aandoeningen verband hielden met zijn diensttijd. In hoger beroep voerde appellant aan dat er wel degelijk een verband bestond, onderbouwd met medische rapporten en verklaringen van oud-collega’s.
De Raad oordeelde dat de staatssecretaris de bewijslast had om het medisch onderzoek uit te voeren en dat appellant onvoldoende gemotiveerd twijfel had gezaaid over de conclusies van de medische advisering. De medische rapporten van de neuroloog en toxicoloog boden geen concrete aanwijzingen voor een causaal verband. Ook de verklaringen over het gebruik van het wapenreinigingsmiddel PX-10 en de RIVM-rapporten boden geen voldoende onderbouwing.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag voor militair invaliditeitspensioen wordt afgewezen wegens ontbreken van causaal verband met militaire dienst.