ECLI:NL:CRVB:2019:123
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op WIA-uitkering wegens medische geschiktheid functies
Appellante was werkzaam als inpakster en viel uit wegens klachten aan de linkerpols. Zij vroeg een WIA-uitkering aan, maar het UWV stelde vast dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg en wees de uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij zij het medisch onderzoek en de geschiktheid van de geselecteerde functies onderschreef.
In hoger beroep betoogde appellante dat de functies haar belastbaarheid overschreden. Het UWV verwees naar een arbeidsdeskundig rapport dat deze functies, rekening houdend met signaleringen, als geschikt beoordeelde. De Raad oordeelde dat het rapport inzichtelijk en overtuigend was en dat er geen aanwijzingen waren om aan de medische geschiktheid te twijfelen.
Daarmee faalde het hoger beroep en werd de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 14 januari 2019.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd.