Uitspraak
24 mei 2018 aangevuld.
OVERWEGINGEN
BESLISSING
in totaal € 167,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig kantinemedewerker bij het Ministerie van Defensie, ontving sinds 2000 een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80% of meer. Na diverse herbeoordelingen en bezwaarprocedures werd de mate van arbeidsongeschiktheid verlaagd tot 15-35%. Appellant betwistte deze vaststelling en stelde dat hij vanaf 1 juni 2012 volledig arbeidsongeschikt was vanwege medicatiegebruik en verminderde reactievermogen.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde de eerdere besluiten van het UWV en de rechtbank, en stelde vast dat appellant vanaf 11 december 2012 recht heeft op een WAO-uitkering berekend op 80% of meer arbeidsongeschiktheid. Deze datum is gebaseerd op medische verklaringen over het gebruik van Oxycontin en de daarmee samenhangende beperkingen.
Daarnaast oordeelde de Raad dat de redelijke termijn voor de procedure met ruim 21 maanden was overschreden, wat leidt tot een schadevergoeding van €2.000,- aan appellant. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten, terwijl de Staat aansprakelijk werd gesteld voor de vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Appellant wordt vanaf 11 december 2012 volledig arbeidsongeschikt geacht met recht op WAO-uitkering van 80% of meer, met vergoeding van wettelijke rente, schadevergoeding en proceskosten.