ECLI:NL:CRVB:2019:1279
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing postume toelating tot vrijwillige ANW-verzekering wegens overschrijding aanmeldingstermijn
Appellante, woonachtig in Marokko, verzocht in juni 2015 om postume toelating van haar overleden echtgenoot tot de vrijwillige verzekering van de Algemene nabestaandenwet (ANW). De echtgenoot had tot zijn overlijden in 2015 in Nederland gewoond en ontving een AOW-pensioen. De aanvraag werd afgewezen omdat deze niet binnen één jaar na het einde van de verplichte verzekering was ingediend.
De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees het verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond, verwijzend naar artikel 63a ANW dat deelname aan de vrijwillige verzekering slechts mogelijk is binnen één jaar na beëindiging van de verplichte verzekering. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen deze beslissing eveneens ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De Raad oordeelt dat de aanvraag van appellante ruim buiten de wettelijke termijn is gedaan en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die de overschrijding rechtvaardigen. Op grond van de wettelijke bepalingen kan de echtgenoot niet postuum worden toegelaten tot de vrijwillige verzekering.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade en uitgesproken op 11 april 2019.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de postume toelating tot de vrijwillige ANW-verzekering wordt bevestigd.