ECLI:NL:CRVB:2019:1280
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontvankelijkheid bezwaar tegen weigering WIA-uitkering wegens verschoonbare termijnoverschrijding
Het UWV weigerde betrokkene een WIA-uitkering omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg. Betrokkene diende het bezwaar te laat in, maar stelde dat zij het primaire besluit niet had ontvangen en foutief was geïnformeerd over de bezwaartermijn. De rechtbank oordeelde dat het UWV het besluit niet aantoonbaar had verzonden en dat de foutieve termijn in de brief van het UWV verschoonbaar was, waardoor het bezwaar ontvankelijk werd verklaard.
Het UWV ging in hoger beroep tegen deze uitspraak, stellende dat het besluit altijd samen met het arbeidsdeskundig rapport wordt verzonden en dat de termijn duidelijk was. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter het oordeel van de rechtbank dat het UWV geen bewijs van verzending kon leveren en dat de foutieve termijn in de brief tot misleiding had geleid.
De Raad concludeerde dat de overschrijding van de bezwaartermijn verschoonbaar was en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het bezwaar ontvankelijk is vanwege verschoonbare termijnoverschrijding en wijst het hoger beroep van het UWV af.