ECLI:NL:CRVB:2019:1286
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herziening WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant ontving sinds 1983 een WAO-uitkering, die in 1990 werd beëindigd wegens het niet verschijnen bij een medisch onderzoek. Het UWV besloot in 2003 dat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt was en geen recht meer had op uitkering. Appellant verzocht herhaaldelijk om herziening en medische herbeoordeling, maar het UWV handhaafde zijn besluiten.
In 2016 diende appellant opnieuw een verzoek in met medische documenten, maar het UWV oordeelde dat deze informatie reeds bekend was en weigerde terug te komen op het eerdere besluit. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangetoond die herziening rechtvaardigen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en overweegt dat het UWV terecht gebruik heeft gemaakt van artikel 4:6 Awb Pro om het verzoek af te wijzen. Er is geen sprake van evident onredelijkheid in het besluit. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd dat het UWV terecht niet terugkomt op de besluiten.