ECLI:NL:CRVB:2019:1297
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens te lang verblijf in buitenland zonder zeer dringende redenen
In deze zaak gaat het om de intrekking en terugvordering van bijstandskosten over de periode van 29 april 2016 tot en met 29 mei 2016. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam had de bijstand ingetrokken omdat appellant langer dan 28 dagen in het buitenland verbleef, wat volgens artikel 16 van Pro de Participatiewet (PW) niet is toegestaan zonder zeer dringende redenen.
Appellant voerde aan dat hij zeer dringende redenen had, namelijk het bijwonen van de begrafenis van zijn moeder op Aruba. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat dit niet kwalificeert als zeer dringende redenen, die volgens vaste rechtspraak een acute noodsituatie moeten betreffen met levensbedreigende aard of blijvend ernstig letsel.
Verder stelde appellant dat het college hem onvoldoende had geïnformeerd over de mogelijkheid van bijstand bij zeer dringende redenen. De Raad oordeelde dat het ontbreken van deze informatie niet tot gevolg kan hebben dat bijstand wordt toegekend in strijd met artikel 16 PW Pro.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank Rotterdam en wees de gronden van appellant af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens verblijf langer dan 28 dagen in het buitenland zonder zeer dringende redenen wordt bevestigd.