ECLI:NL:CRVB:2019:1346
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing beroep tegen vaststelling arbeidsongeschiktheid en WIA-uitkering
Appellant, die sinds mei 2010 ziekgemeld is met psychische klachten, ontving een WIA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 100%, later omgezet in een WGA-uitkering. Na een anonieme melding dat appellant naast de uitkering werkte, werd de uitkering geschorst, en later beëindigd omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn.
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, waarbij een psychiatrische expertise en medisch onderzoek plaatsvonden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en geen aanwijzingen gaf voor zwaardere beperkingen dan vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 13 april 2016.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn beperkingen ernstiger waren en dat zijn klachten sinds 2012 waren toegenomen. De Raad concludeerde echter dat deze gronden grotendeels herhaling waren en dat de medische stukken, waaronder een psychiatrisch rapport van oktober 2014, juist een verbetering lieten zien. Er was geen bewijs voor geen benutbare mogelijkheden per 30 oktober 2014.
De Raad onderschreef de eerdere beoordeling dat de geselecteerde functies passend zijn en dat de vastgestelde beperkingen juist zijn. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.