ECLI:NL:CRVB:2019:1358
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet verschijnen op gesprek zonder dringende redenen
Appellant ontvangt bijstand sinds september 2015. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam startte een rechtmatigheidsonderzoek nadat appellant werkend was aangetroffen. Appellant werd meerdere keren uitgenodigd voor gesprekken en gevraagd bankafschriften te overleggen. Hoewel hij aanvankelijk bankafschriften overhandigde, meldde hij zich ziek en verscheen niet op latere gesprekken.
Het college schortte het recht op bijstand op en gaf appellant de mogelijkheid het verzuim te herstellen, maar hij verscheen niet. Vervolgens trok het college de bijstand in en vorderde kosten terug over een bepaalde periode. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelt appellant dat hem niets valt te verwijten en dat er dringende redenen zijn om van terugvordering af te zien. De Raad oordeelt dat appellant verantwoordelijk is voor het adequaat behandelen van post en dat de tijd tussen uitnodiging en gesprek voldoende was om te reageren. Dringende redenen voor terugvordering zijn niet aannemelijk gemaakt. Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard en de intrekking bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en de terugvordering worden bevestigd omdat appellant zonder geldige reden niet is verschenen op verplichte gesprekken.