ECLI:NL:CRVB:2019:1362
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen UWV-besluit over duurzaamheid arbeidsongeschiktheid en IVA-uitkering
Appellant, werkzaam als operator, meldde zich ziek vanwege gehoor-, duizeligheids- en psychische klachten. Het UWV kende hem een WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 53,09%, maar stelde later dat zijn situatie niet duurzaam was en wees een IVA-uitkering af.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en er geen aanwijzingen waren voor duurzaamheid van de beperkingen. Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat recente medische rapporten juist duiden op volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid.
De Raad benoemde een onafhankelijke psychiater als deskundige, die concludeerde dat er een geringe kans op herstel is en de beperkingen duurzaam zijn. De Raad volgt dit oordeel en vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Het UWV wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen, rekening houdend met de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid.
Daarnaast veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het UWV wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid.