ECLI:NL:CRVB:2019:1371
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV wegens onvoldoende taalondersteuning bij medisch onderzoek
Appellant, voormalig medewerker keuken, meldde zich ziek na een auto-ongeluk en ontving ziekengeld van het UWV. Na een medisch en arbeidskundig onderzoek stelde het UWV vast dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde het ziekengeld. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat hij de Nederlandse taal onvoldoende beheerst, waardoor het medisch onderzoek zonder tolk onzorgvuldig was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep stelde appellant dat het dossieronderzoek zonder tolk onvoldoende was, mede omdat de arbeidsdeskundige een functie had laten vallen vanwege taalproblemen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het dossier geen bewijs bevat dat appellant zonder tolk adequaat kon worden onderzocht en dat het UWV niet had onderzocht hoe de communicatie verliep. Hierdoor was het bezwaar onzorgvuldig behandeld.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het UWV en droeg het UWV op een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de uitspraak, waarbij een tolk moet worden ingezet. Tevens werd bepaald dat beroep tegen de nieuwe beslissing alleen bij de Raad kan worden ingesteld. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Deze uitspraak benadrukt het belang van adequate taalondersteuning bij medische beoordelingen in het kader van sociale zekerheidsuitkeringen, om een zorgvuldige besluitvorming te waarborgen.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd vanwege onvoldoende taalondersteuning bij het medisch onderzoek en het UWV moet een nieuwe beslissing nemen met tolkondersteuning.