ECLI:NL:CRVB:2019:1374
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onterechte toepassing van wegingsfactor 0,5 bij vergoeding kosten bezwaar Participatiewet
Appellante diende twee aanvragen in voor bijzondere bijstand voor kosten van eigen bijdrage rechtsbijstand en griffierecht, welke door het college werden afgewezen wegens voldoende draagkracht. Na bezwaar werd bijzondere bijstand toegekend, maar vergoeding van kosten bezwaar werd slechts gedeeltelijk toegekend met een wegingsfactor van 0,5.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat appellante niet verplicht was haar bezwaren gelijktijdig in te dienen en kende een vergoeding toe met een wegingsfactor 0,5 vanwege de lichte aard van de zaak. In hoger beroep stelde appellante dat deze beoordeling onvoldoende gemotiveerd was en de wegingsfactor onjuist werd toegepast.
De Raad oordeelt dat volgens vaste rechtspraak de wegingsfactor 1 als uitgangspunt geldt, tenzij sprake is van uitzonderingen die hier niet van toepassing zijn. De situatie van appellante valt niet onder deze uitzonderingen, waardoor de wegingsfactor 0,5 ten onrechte is toegepast.
De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank voor zover het de kosten van bezwaar betreft, veroordeelt het college tot vergoeding van de volledige kosten van bezwaar en proceskosten in hoger beroep, en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot volledige vergoeding van de kosten van bezwaar en proceskosten in hoger beroep zonder toepassing van een lichte wegingsfactor.