ECLI:NL:CRVB:2019:1379
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor woonkostentoeslag wegens onvoldoende inspanning voor goedkopere woonruimte
Appellant, gehuwd en woonachtig in een huurwoning met een hoge kale huur, vroeg bijzondere bijstand aan wegens een inkomensachteruitgang door een lagere WGA-uitkering vanaf juni 2016. Het college wees de aanvraag af omdat appellant al vanaf september 2015 wist van de inkomensdaling en geen aantoonbare inspanningen had geleverd om een goedkopere woning te vinden.
De rechtbank vernietigde het besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen. In hoger beroep betoogde appellant dat de verplichting tot het vinden van een passende woning niet voorafgaand aan zijn aanvraag kon worden opgelegd en dat hij zich wel degelijk had ingespannen om een goedkopere woning te vinden.
De Raad oordeelde dat het college geen verplichting had opgelegd, maar het gedrag van appellant mocht beoordelen. De inkomensdaling was voorzienbaar, zodat geen sprake was van bijzondere omstandigheden. Appellant had onvoldoende concrete en verifieerbare bewijsstukken overgelegd van zijn pogingen om een goedkopere woning te vinden. Ook het beroep op inkomensgrenzen van Woonnet faalde.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor woonkostentoeslag wordt bevestigd wegens voorzienbare inkomensdaling en onvoldoende inspanning voor goedkopere woonruimte.