ECLI:NL:CRVB:2019:1393
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing invaliditeitspensioen PTSS beroepsmilitair wegens verergerend dienstverband
Appellant, voormalig beroepsmilitair, verzocht om een militair invaliditeitspensioen wegens PTSS. Na medisch onderzoek wees de staatssecretaris het verzoek af omdat de mate van invaliditeit minder dan 10% bedroeg en het dienstverband als verergerend werd aangemerkt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch rapport zorgvuldig was opgesteld en dat de PTSS van appellant een multi-causale etiologie heeft, waarbij de traumatische ervaringen niet voldeden aan de criteria voor een T2-PTSS. De Raad bevestigt dit oordeel en wijst het hoger beroep af.
De Raad overweegt dat het PTSS Protocol onderscheid maakt tussen T1- en T2-trauma's, waarbij bij T2-trauma's het oorzakelijk dienstverband de norm is, tenzij goede argumenten voor een verergerend dienstverband aanwezig zijn. De omstandigheden van appellant zijn niet uitzonderlijk ernstig en zijn klachten zijn niet ondergewaardeerd in de beoordelingslijst.
Appellants betoog dat scores onjuist zijn vastgesteld wordt verworpen wegens gebrek aan onderbouwing. De Raad concludeert dat het medisch onderzoek en de rapporten voldoende basis bieden voor het besluit van de staatssecretaris. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot afwijzing van het invaliditeitspensioen bevestigd.