ECLI:NL:CRVB:2019:1411
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van juiste vaststelling beperkingen en geschiktheid functies bij WAO-herbeoordeling
Appellante, een docente praktijkonderwijs, ontvangt sinds 2002 een WAO-uitkering. Na een herbeoordeling in 2016 stelde een verzekeringsarts beperkingen vast in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML), waarna het UWV haar uitkering verlaagde. Appellante stelde bezwaar en beroep in, stellende dat zij volledig arbeidsongeschikt is en niet geschikt voor de voorgestelde functies.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld, en dat de functies passend waren. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar medische situatie niet was verbeterd en bracht zij aanvullende medische informatie in. Het UWV leverde een aanvullend rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist zijn vastgesteld op basis van een recidiverende depressieve stoornis. De Raad acht de functies medisch geschikt en concludeert dat de medische informatie in beroep en hoger beroep geen aanleiding geeft tot verdere beperkingen. Het bestreden besluit berust op een deugdelijke medische grondslag en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het UWV-besluit wordt bevestigd.