ECLI:NL:CRVB:2019:1452
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet melden op geld waardeerbare werkzaamheden
Appellant werd op 12 juli 2016 aangehouden als bestuurder van een bus met pallets bananen, waarna een onderzoek werd ingesteld naar zijn werkzaamheden. Hij erkende dat hij voor een vriend, die een groentehandel heeft, bananen vervoerde zonder hiervoor een vergoeding te ontvangen. Het college trok de bijstand van appellant in omdat hij deze werkzaamheden niet had gemeld, waardoor hij de inlichtingenverplichting schond.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de werkzaamheden als op geld waardeerbaar moeten worden beschouwd, ongeacht dat appellant geen geld ontving. Voor bijstand is niet alleen het daadwerkelijk ontvangen inkomen relevant, maar ook het inkomen waarover iemand redelijkerwijs kan beschikken. Appellant had een vergoeding kunnen bedingen en had de werkzaamheden dus moeten melden.
In hoger beroep voerde appellant geen nieuwe gronden aan die het oordeel van de rechtbank konden weerleggen. De Raad sluit zich aan bij de gemotiveerde overwegingen van de rechtbank en bevestigt het besluit tot intrekking van de bijstand. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd omdat appellant zijn op geld waardeerbare werkzaamheden niet heeft gemeld.