ECLI:NL:CRVB:2019:1469
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen aanspraak op dwangsommen bij mutatieformulier geen aanvraag volgens Participatiewet
Appellante ontvangt bijstand op grond van de Participatiewet en heeft mutatieformulieren ingediend waarop zij inkomsten en dwangsommen vermeldde. Zij stelde het college in gebreke wegens niet tijdig beslissen en verzocht om dwangsommen toe te kennen. Het college wees deze verzoeken af omdat mutatieformulieren geen aanvragen zijn in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante ongegrond en oordeelde dat zij niet bevoegd was te oordelen over het niet tijdig beslissen op mutatieformulieren, omdat deze geen aanvragen zijn. Appellante ging in hoger beroep tegen deze uitspraken.
De Raad herhaalt zijn eerdere oordeel dat mutatieformulieren niet als aanvragen kwalificeren volgens artikel 1:3 Awb Pro en dat het college terecht de dwangsommen heeft afgewezen. Ook het argument dat het college sinds 2016 besluiten volgt op mutatieformulieren leidt niet tot een ander oordeel. De Raad bevestigt de uitspraken van de rechtbank en wijst de verzoeken om schadevergoeding af.
Uitkomst: De aangevallen uitspraken worden bevestigd en de verzoeken om vergoeding van schade worden afgewezen.