ECLI:NL:CRVB:2019:1474
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens ontbreken hoofdverblijf op opgegeven adres
Appellante, afkomstig uit Syrië en sinds juni 2016 in Nederland, vroeg bijstand aan met als woonadres een opgegeven kamer. De gemeente Enschede voerde een onderzoek uit vanwege het risicoprofiel van het adres, waarbij huisbezoeken werden geprobeerd en een huisbezoek op 1 november 2016 plaatsvond. Tijdens dit bezoek werden slechts minimale persoonlijke spullen aangetroffen in de kamer, en bleek dat het zwaartepunt van het persoonlijk leven van appellante niet op het opgegeven adres lag.
Het college wees de aanvraag af omdat het hoofdverblijf niet op het opgegeven adres was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde. De Raad toetste of appellante aannemelijk had gemaakt dat zij haar hoofdverblijf op het opgegeven adres had in de periode van 16 augustus tot 3 november 2016.
De Raad oordeelde dat het zwaartepunt van het persoonlijk leven van appellante niet op het opgegeven adres lag, mede gelet op het ontbreken van persoonlijke bezittingen en tegenstrijdige verklaringen. De Raad bevestigde daarom de afwijzing van de bijstandsaanvraag en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat haar hoofdverblijf op het opgegeven adres lag.