Uitspraak
18 2628 PW
28 maart 2018, 17/6806 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellanten ontvingen een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling) die door de Sociale Verzekeringsbank (Svb) werd ingetrokken en teruggevorderd over een periode van september 2010 tot juni 2015. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt, maar de Svb verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het bezwaarschrift niet tijdig was ontvangen.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat het bezwaarschrift met dagtekening 4 september 2017 pas op 5 september 2017 om 00:21 uur per fax was ontvangen, dus na afloop van de bezwaartermijn. Appellanten stelden dat het bezwaarschrift wel tijdig was verzonden, namelijk om 23:56 uur op 4 september 2017, en dat een vertraging door het faxsysteem van de Svb niet aan hen kon worden toegerekend.
De rechtbank stelde dat het risico van vertraging bij faxverzending voor rekening van de verzender komt en dat het verzenden van het bezwaarschrift vier minuten voor het verstrijken van de termijn een risico inhield dat het te laat zou aankomen. Er waren geen omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar maakten. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en verklaart het hoger beroep ongegrond, waardoor de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar blijft staan.
Uitkomst: Het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaarschrift te laat is ontvangen ondanks tijdige faxzending.